Gedragsregels en vertrouwenspersonen

Het gedragsreglement seksuele intimidatie, pesten en agressie en bedreiging is van belang voor iedereen die aan sport doet of betrokken is bij de sport. Ze zijn vooral bedoeld om de begeleider van een sporter(s) een richtlijn te geven ten aanzien van welk gedrag wel en niet is toegestaan.Het is onmogelijk een opsomming te geven van wat wel en wat niet toelaatbaar is, omdat dit van persoon tot persoon verschillend is.

Dat een volwassen sporter of begeleider geen seksuele relatie met minderjarige sporters mag aanknopen is voor iedereen vanzelfsprekend, maar vaak is het minder duidelijk en dus ingewikkelder. Als je goed met elkaar omgaat in een gelijkwaardige relatie, kunnen grapjes of aanrakingen best acceptabel zijn. Anders wordt het als dit te ver gaat, ook al is er niet direct sprake van opzet. Een opmerking kan onbedoeld toch kwetsend overkomen.

Grenzen worden vaak vrijwel ongemerkt en stap voor stap overschreden.Iedere sporter moet kunnen aangeven waar zijn of haar grenzen liggen, zonder dat dit als flauw of preuts wordt ervaren of uit angst of schaamte of gezichtsverlies dit niet durven te melden.

Als bestuur hechten wij veel waarde aan een goede sfeer binnen onze vereniging waar naast tennis op alle niveaus ook ruimte is voor sociale contacten en gezelligheid. Onze leden moeten zich thuis voelen op het park en om dat zo te houden willen we aandacht schenken aan dit moeilijke onderwerp. Het NOC*NSF heeft ter preventie van seksuele intimidatie een aantal gedragsregels opgesteld die van belang zijn voor iedereen die aan sport doet. Informatie over dit onderwerp is te vinden op de website van NOC*NSF (www.nocnsf.nl).

Verantwoordelijkheid begeleider

Respecteer de persoonlijke grenzen van de sporter met betrekking tot diens levensovertuiging, ras, geslacht, culturele achtergrond of seksuele geaardheid en ondersteun haar/hem zoveel mogelijk in het stellen van grenzen naar anderen toe.

De begeleider onthoudt zich van elke vorm van seksuele intimidatie of misbruik. In een relatie met een sporter kunnen gevoelens ontstaan die zich niet verhouden met de relatie tot trainen, begeleiden en dergelijke zoals verliefdheid,afkeer of agressie. Beide partijen moeten hierop alert zijn en voorkomen dat deze relatie zich verder ontwikkelt.

Jeugdige sporters die aanvankelijk positief staan tegenover sensueel contact omdat zij bijvoorbeeld verliefd zijn op de begeleider realiseren zich vaak pas achteraf dat hun instemming met de toenaderingspoging niet 'echt' was en daarmee ongewenst.

Een aai over de bol of een arm om de schouder moet natuurlijk kunnen maar doe dit zodanig dat het niet als seksueel intimiderend wordt ervaren. Voorkom dat verbaal of non-verbaal gedrag aanleiding geeft tot een ongemakkelijke of ongewenste situatie.

De omgang met (vermoedens van) seksuele intimidatie/misbruik

De schade die slachtoffers van seksuele intimidatie oplopen is ernstig. Zwijgen over vermoedens of signalen kan tot gevolg hebben dat de situatie voortduurt of dat ook anderen het slachtoffer worden. Het is daarom belangrijk dat er altijd melding wordt gemaakt van (vermoedens van) seksuele intimidatie of misbruik binnen de vereniging. Daarbij moet duidelijk worden gemaakt dat een melding niet gelijk staat aan een beschuldiging. Melden heeft ten doel dat vermoedens worden onderzocht. Dit is in het belang van het slachtoffer, maar ook in het belang van de beschuldigde ingeval het vermoeden niet blijkt te kloppen.

Alles serieus nemen houdt ten eerste in dat niet alleen concrete klachten, maar ook vermoedens en geruchten serieus worden onderzocht. Alles serieus nemen houdt ten tweede in dat àlle vormen van seksuele intimidatie serieus worden genomen en dat wij niet alleen oog hebben voor de ernstige vormen. Ook tegen kleinere grensoverschrijdingen moet worden opgetreden. Deze komen het meest voor en zijn een signaal voor een klimaat waarin ernstiger vormen eerder plaatsvinden. Uit ervaringen van slachtoffers blijkt bovendien dat de seksuele intimidatie meestal heel geleidelijk en met kleine grensoverschrijdingen is begonnen. Het is dus van wezenlijk belang deze grensoverschrijdingen tijdig te signaleren en aan te pakken: bijvoorbeeld door een gesprek aan te gaan en gedragsafspraken te maken.

Wat zijn de mogelijkheden?

  • De betreffende persoon op zijn gedrag aanspreken
  • Melden aan de vertrouwenspersoon die door ALTV Zoetermeer hiervoor is aangesteld
  • Melden aan het bestuur dat vervolgens kan doorverwijzen naar een van de vertrouwenspersonen

Vertrouwenspersoon

ALTV heeft 2 vertrouwenspersonen aangesteld. Deze kunnen worden ingeschakeld indien er een vermoeden is van seksuele intimidatie. Deze vertrouwenspersonen zijn:

  • De heer W.P.C.M. (Wil) Bruinsma. (tel. 06-22221925, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)
  • Mevr. T.G. (Tiny) Groffen. (tel. 06-25085092 e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)
Wat doen deze vertrouwenspersonen?
  • Luisteren naar klachten en problemen.
  • Melding van klacht en/of probleem aan het bestuur. Dit kan anoniem en is altijd vertrouwelijk.
  • Nagaan of bemiddeling of informele afhandeling van de klacht wenselijk is
  • In overleg met de hulpvrager een plan van aanpak maken.
  • Eventuele doorverwijzing naar (professionele) hulpverlening.
  • Ondersteunen van de hulpvrager bij het indienen van een klacht of het doen van aangifte bij justitie.
  • Nazorg verlenen.

Begripsbepalingen

Seksuele intimidatie Iedere vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt·ervaren.Seksueel misbruik: Seksueel misbruik omvat alle seksuele handelingen die iemand gedwongen wordt uit te voeren, te ondergaan of getuige van te zijn.

Agressie en bedreiging: Het welbewust verbaal uiten of gebruiken van fysieke kracht of macht, dan wel het dreigen daarmee, gericht tegen een lid van de vereniging

Pesten: Het herhaaldelijk uitoefenen van psychische mishandeling door een persoon of een groep

Discriminatie: Het ongeoorloofd onderscheid maken tussen mensen en groepen op basis van ras, seksuele gerichtheidhandicap en leeftijd.

Begeleider: Onder begeleider wordt verstaan parkbeheerder,trainer, begeleiders, bestuurders, wedstrijdfunctionarissen enz.

De 11 gedragsregels ter preventie van seksuele intimidatie in de sport

1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt (om te bewegen)

De sporter moet als mens worden gerespecteerd. Er mag geen onderscheid worden gemaakt naar of nadruk worden gelegd op godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele gerichtheid, culturele achtergrond, leeftijd, lichamelijke kenmerken of burgerlijke staat. Dat betekent dat de sporter zich zowel tijdens het sporten maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld in de kleedruimtes, veilig moet voelen en het gevoel moet hebben dat hij zich - letterlijk - vrij kan bewegen.

2. De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel

Hierbij gaat het erom dat de begeleider niet onnodig binnendringt in het privé-leven van de sporter, bijvoorbeeld door er vragen over te stellen, afspraken te maken, contact op te nemen enzovoort.

3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van seksueel (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter

De begeleider mag zijn specifieke situatie en relatie niet gebruiken voor doeleinden ten eigen nutte die in strijd zijn met zijn verantwoordelijkheid voor de sporter of die de grenzen van de relatie overschrijden.

Grensoverschrijdend kan bijvoorbeeld zijn:

  • bevrediging van eigen seksuele en/of agressieve verlangens
  • een seksueel/erotisch geladen sfeer scheppen
  • de sporter op een niet-functionele wijze bekijken, waarbij de ogen gericht zijn op de geslachtskenmerken
  • met seksueel gedrag ingaan op verliefde gevoelens, seksuele verlangens of fantasieën van de sporter
  • vormen van aanranding
  • exhibitioneren

In de (professionele) relatie met de sporter kunnen bij beide gevoelens ontstaan die zich niet verhouden met de relatie tot het trainen, begeleiden en dergelijke. Deze gevoelens kunnen bijvoorbeeld zijn: verliefdheid, afkeer of agressie

Beide partijen moeten alert zijn op deze gevoelens. De begeleider moet - zelfs als de sporter dat verlangt of daartoe uitnodigt - dan ook niet metterdaad ingaan op seksuele en/of al dan niet agressieve toenaderingspogingen, dan wel dergelijke toenaderingspogingen zelf ondernemen. Seksuele handelingen en (geforceerde) seksuele relaties tussen begeleider en sporter worden zeer sterk afgeraden.

Door partijen moeten zo snel mogelijk maatregelen worden genomen om te voorkomen dat deze 'relatie' zich in welke vorm dan ook ontwikkelt. Hierbij kan gedacht worden aan verbreking van één van de twee verhoudingen: de seksuele relatie of de begeleidingsrelatie.

4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik

Tussen volwassenen en jeugdigen is sprake van een natuurlijk overwicht. Het natuurlijke overwicht van de 'dader' en angst voor de gevolgen maken het vele malen moeilijker om hem 'lik op stuk' te geven bij ongewenst gedrag.

Al dan niet jeugdige sporters die op het moment zelf wel positief staan tegenover seksueel contact, bijvoorbeeld omdat zij verliefd zijn op de begeleider, realiseren zich vaak pas achteraf dat bij het gebeurde vele vraagtekens zijn te plaatsen. Veelal blijkt dan dat hun eventuele instemming op dat moment niet 'echt' was.

5. De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten

Uitgangspunt is dat de sporter het als seksueel intimiderend ervaart. Dit kan bijvoorbeeld zijn:

  • bij begroeten of afscheid nemen te lang de hand vasthouden
  • iemand naar je toe trekken om te kussen
  • zich tegen de sporter aandrukken
  • andere ongewenste aanrakingen

De begeleider dient ervoor te zorgen dat daar waar lichamelijk contact noodzakelijk en functioneel is voor de sportbeoefening, dit contact of deze aanrakingen nooit verkeerd - in de zin van seksueel intimiderend - kan worden geïnterpreteerd.

6. De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten

Hierbij kan worden gedacht aan:

  • seksueel getinte opmerkingen en insinuaties, zoals grove taal en schuine moppen, onder het mom van 'dat moet kunnen'
  • het stellen van niet-functionele vragen - vaak onnodig in detail - over het seksleven van de sporter, bijvoorbeeld over masturbatie, frequentie en vormen van vrijen

7. De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en de ruimten waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer

Gereserveerd en met respect omgaan met de sporter betekent bijvoorbeeld dat:

  • de begeleider en de sporter bij voorkeur niet met z'n tweeën op reis gaan, maar met bijvoorbeeld een extra begeleider of meerdere sporters
  • de begeleider en sporter in ieder geval niet op één kamer slapen
  • de sporter bij voorkeur niet alleen thuis bij de begeleider wordt ontvangen
Gereserveerd en met respect omgaan met de ruimtes waarin de sporter zich kan bevinden, betekent dat de sporter zich daar veilig moet voelen, zijn privacy gewaarborgd is en sociale controle niet is uitgesloten.Hierbij kan onder andere worden gedacht aan:
  • niet zonder aankondiging de kleedkamer of de hotelkamer betreden
  • de deur open laten staan na het binnentreden, tenzij duidelijk is dat beiden behoefte hebben aan een zekere privacy
  • gesprekken dan wel overleg met de sporter niet in de kleedkamer of de hotelkamer houden, maar in een niet-intieme ruimte. Een uitzondering wordt uiteraard gemaakt voor het coachen tijdens wedstrijden; dan is het veelal noodzakelijk zich ergens rustig terug te trekken.

8. De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie

Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.

Binnen zijn mogelijkheden heeft de begeleider de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van de sporter. De begeleider zal de daarvoor redelijke en noodzakelijke maatregelen moeten nemen ter voorkoming van lichamelijke en geestelijke schade en misbruik, veroorzaakt door seksuele intimidatie.

De begeleider zal moeten samenwerken met bijvoorbeeld jeugdconsulenten, vertrouwenspersonen of ouders of hen van informatie voorzien. De begeleider zal feiten van vertrouwelijke aard, aan hem toevertrouwd, te allen tijde dienen te respecteren. Er zullen slechts mededelingen aan derden worden gedaan - indien enigszins mogelijk in overleg met de sporter - wanneer de begeleider ervan overtuigd is dat de belangen van de sporter of zijn omgeving hiermee zullen zijn gediend.

9. De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen

De begeleider aanvaardt ook geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding staan tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering Door vergoedingen dreigen de objectiviteit van het handelen en de onafhankelijke positie van de begeleider dan wel de sporter in het gedrang te komen. Hierdoor kan een voedingsbodem ontstaan voor seksuele intimidatie en seksueel misbruik.

10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels door iedereen die betrokken is bij de sporter worden nageleefd

Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken. De begeleider heeft een voorbeeldfunctie. Hij zal maatregelen moeten nemen op het moment dat hij grensoverschrijdend gedrag constateert.

In eerste instantie dient hij de betreffende persoon erop aan te spreken. In tweede instantie het bevoegde gezag, dat wil zeggen het bestuur van een sportvereniging of sportbond of de directie daarvan. De sporter zal ook geholpen moeten worden. De begeleider kan hem bijvoorbeeld verwijzen naar een vertrouwenspersoon of hem helpen een klacht in te dienen.

11. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen

Dit betekent dat de begeleider ook alert moet zijn op gedragingen die niet direct seksueel intimiderend zijn, maar wel als grensoverschrijdend worden ervaren. Ook in dit geval dienen door hem passende maatregelen te worden genomen, zoals het aanspreken van de betreffende persoon

Deel deze pagina